Oulli gaat naar de crèche


De papa en mama van Oulli moeten werken, dat hebben ze tegen Oulli gezegd.

Oulli snapt er niks van.

Oulli wordt vroeg zijn nestje uitgehaald en krijgt een tasje van mama met daarin wat spulletjes en eten.

Zijn papa trekt een jas aan, zijn mama trekt haar jas aan en ook Oulli moet zijn jasje aan.

“Oulli”, zegt mama, “Vandaag ga je naar de crèche, daar zijn allemaal andere vogeltjes en een paar lieve oppassen die zullen ervoor zorgen dat jij goed eet, lief speelt en lekker slaapt.”

Oulli vindt het een beetje spannend.

Wat zijn oppassen vraagt hij zich af.

Aangekomen bij de crèche ziet Oulli een heleboel kleine vogels.

Dat vindt hij wel leuk.

Oulli speelt graag met andere vogeltjes.

Maar die oppassen, wie zijn dat nou?

Er zijn twee mevrouwen met hoeden op hun hoofd.

Oulli denkt dat dat de oppassen misschien wel zijn en vliegt naar ze toe.

“Mevrouwen”, vraagt Oulli: “Zijn jullie oppassen?”

De dames moeten lachen en zeggen: “Ja kleine Oulli, wij passen op jullie, dus ja, wij zijn oppassen. Maar zeg maar gewoon juf tegen ons, dat vinden wij veel leuker klinken.”

Oulli heeft een leuke dag en als de papa en mama van Oulli hem komen ophalen vragen ze aan Oulli of hij een leuke dag heeft gehad.

Oulli knikt van wel en zegt: “Ik vind de juffen heel lief, ze hebben goed op me gepast”.

De dames grinniken en geven een knipoog aan de papa en mama van Oulli en zeggen: “Jullie hebben een hele lieve, gezellige vogel en we passen graag op hem.”

‘Tot de volgende keer Oulli!”, roepen de juffen Oulli na.


Recent Posts
Archive